Wat is fysiotherapie2026-09-21T12:47:31+00:00

Wat is fysiotherapie en hoe werkt het?

Fysiotherapie richt zich op bewegen, functioneren en het herstellen of verbeteren van wat u in het dagelijks leven, werk of sport wilt kunnen.

Fysiotherapie is een paramedische discipline die zich richt op bewegen en functioneren. Een fysiotherapeut onderzoekt en behandelt mensen die door pijn, een blessure, ziekte, operatie of verminderde belastbaarheid problemen ervaren tijdens bewegen, werken, sporten of dagelijkse activiteiten.

Maar fysiotherapie is breder dan het behandelen van een pijnlijke spier of een stijf gewricht. Moderne fysiotherapie kijkt naar de samenhang tussen klachten, lichamelijke belastbaarheid, gedrag, omgeving en wat iemand uiteindelijk weer wil kunnen.

Daarom begint een behandeling bij Fysiotherapie de Brigantijn niet met een behandeltechniek. We beginnen met de vragen:

Wat is er aan de hand? Waardoor wordt u beperkt? En wat wilt u uiteindelijk weer kunnen?

Vanuit die vragen onderzoeken we welke factoren relevant zijn en welke daarvan mogelijk beïnvloedbaar zijn. Vervolgens bepalen we samen welke aanpak het beste aansluit bij uw situatie en doelen.

Op deze pagina leggen we uitgebreider uit wat fysiotherapie is, hoe een fysiotherapeut naar lichamelijke klachten kijkt, hoe het fysiotherapeutisch onderzoek verloopt en hoe we op basis daarvan tot een behandel- en revalidatieplan komen.

Wat doet een fysiotherapeut?

Een fysiotherapeut helpt mensen bij problemen met bewegen en functioneren. Dat kan gaan om een relatief eenvoudige klacht, zoals een pijnlijke enkel na het sporten, maar ook om langdurige rugklachten, een peesblessure, herstel na een operatie of de terugkeer naar sport.

Om te bepalen wat nodig is, probeert de fysiotherapeut verschillende vragen te beantwoorden:

Wat is het probleem?
Welke klachten ervaart u, wanneer ontstaan deze en welke bewegingen of activiteiten worden hierdoor beperkt?

Wat kan uw lichaam op dit moment?
We kijken bijvoorbeeld naar kracht, beweeglijkheid, coördinatie en belastbaarheid. Welke onderdelen relevant zijn, hangt af van uw klacht en hulpvraag.

Wat vraagt u van uw lichaam?
De benodigde belastbaarheid verschilt per persoon. Iemand die drie keer per week voetbalt stelt andere eisen aan zijn knie dan iemand die vooral weer zonder pijn wil kunnen wandelen.

Welke factoren kunnen we beïnvloeden?
Niet iedere bevinding hoeft behandeld te worden. We proberen te bepalen welke factoren daadwerkelijk samenhangen met uw klachten en functioneren en waarop behandeling of training zinvol kan aangrijpen.

Welke aanpak past daarbij?
Op basis van het gesprek en onderzoek bepalen we samen welke behandeling de grootste kans heeft om iets toe te voegen aan uw herstel.

Fysiotherapie gaat daarmee niet alleen over het vinden van een pijnlijke spier, pees of gewricht. Het uiteindelijke doel is het herstellen, verbeteren of behouden van functioneren en u helpen weer te kunnen doen wat voor u belangrijk is.

Hoe ontstaat een lichamelijke klacht?

Daar bestaat geen universeel antwoord op. Sommige klachten hebben een duidelijk moment van ontstaan. Bijvoorbeeld een enkel die tijdens voetbal omslaat, een knieblessure tijdens het skiën of een gebroken been na een val. Andere klachten ontstaan geleidelijk. Een achillespees wordt langzaam gevoeliger tijdens hardlopen. Een schouder begint steeds meer pijn te doen tijdens bovenhands werken. Of rugpijn ontstaat zonder duidelijk letselmoment.

Bij dergelijke klachten is er lang niet altijd één beschadigde structuur aan te wijzen die alles verklaart. Klachten kunnen ontstaan door een combinatie van factoren.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • een plotselinge verandering in belasting;
  • onvoldoende lichamelijke capaciteit voor de gevraagde belasting;
  • herhaalde belasting;
  • een blessure of operatie;
  • veranderingen in kracht of beweeglijkheid;
  • onvoldoende herstel;
  • werk- of sportbelasting;
  • verwachtingen en eerdere ervaringen met pijn;
  • slaap, stress en algemene gezondheid.

Welke factoren belangrijk zijn, verschilt per persoon. Daarom is een goede fysiotherapeutische behandeling persoonsgericht.

Belasting en belastbaarheid

Een belangrijk begrip binnen fysiotherapie is de verhouding tussen belasting en belastbaarheid.

Belasting is wat u van uw lichaam vraagt. Dat kan bijvoorbeeld lopen, tillen, acht uur werken, hardlopen, krachttraining, springen, voetballen, repeterende bewegingen of huishoudelijk werk zijn.

Belastbaarheid is wat uw lichaam op dat moment kan verdragen. Die belastbaarheid is niet constant. Ze kan veranderen door bijvoorbeeld training, herstel, ziekte, een blessure, langdurige inactiviteit, slaap en andere omstandigheden.

Wanneer de belasting gedurende langere tijd groter is dan wat iemand kan verdragen, kunnen klachten ontstaan of toenemen. Maar de oplossing is niet automatisch: minder doen. Binnen fysiotherapie kijken we juist hoe belasting kan worden aangepast en hoe de belastbaarheid vervolgens weer kan worden opgebouwd

Een afwijking op een scan is niet automatisch de oorzaak van pijn

MRI, röntgenfoto’s en echografie kunnen waardevolle informatie geven. Maar beeldvorming moet altijd worden geïnterpreteerd in combinatie met het klachtenbeeld. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat verschillende degeneratieve veranderingen van de wervelkolom regelmatig voorkomen bij mensen zonder rugpijn. De systematische review van Brinjikji et al. laat bovendien zien dat veel van deze bevindingen vaker voorkomen naarmate mensen ouder worden.

Dat betekent niet dat beeldvorming waardeloos is. Integendeel. Het betekent dat we moeten weten welke vraag we met beeldvorming proberen te beantwoorden.

Pijn betekent niet automatisch weefselschade

Pijn heeft een belangrijke beschermende functie. Wanneer u bijvoorbeeld uw enkel omslaat, beïnvloedt pijn uw gedrag en voorkomt het dat u zonder nadenken verder belast. Maar het pijnsysteem is geen perfecte schademeter. Hoeveel pijn iemand ervaart wordt niet uitsluitend bepaald door hoeveel weefselschade aanwezig is. Biologische, psychologische en sociale factoren kunnen allemaal invloed hebben op de pijnervaring. Daarom wordt binnen de gezondheidszorg vaak gesproken over een biopsychosociale benadering.

Wat betekent biopsychosociaal?

Het biopsychosociale model betekent niet dat lichamelijke klachten psychologisch zijn. Het betekent dat gezondheid en functioneren door verschillende factoren kunnen worden beïnvloed.

Biologische factoren kunnen bijvoorbeeld een blessure, weefselbelasting, kracht, mobiliteit, leeftijd, herstel en lichamelijke conditie zijn. Psychologische factoren kunnen onder andere verwachtingen, eerdere ervaringen, angst voor beweging, vertrouwen in herstel en stress zijn. Sociale factoren kunnen bijvoorbeeld werk, thuissituatie, sport, sociale omgeving en mogelijkheden om te herstellen zijn. Bij de ene patiënt spelen vooral lichamelijke factoren een rol. Bij een andere patiënt kan de situatie complexer zijn. Het biopsychosociale model betekent daarom niet dat we bij iedere patiënt naar iedere mogelijke factor moeten zoeken. Het betekent vooral dat we niet vooraf aannemen dat één structuur het volledige klachtenbeeld verklaart.

Een afwijking op een scan is niet automatisch de oorzaak van pijn

MRI, röntgenfoto’s en echografie kunnen waardevolle informatie geven. Maar beeldvorming moet altijd worden geïnterpreteerd in combinatie met het klachtenbeeld. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat verschillende degeneratieve veranderingen van de wervelkolom regelmatig voorkomen bij mensen zonder rugpijn. De systematische review van Brinjikji et al. laat bovendien zien dat veel van deze bevindingen vaker voorkomen naarmate mensen ouder worden.

Dat betekent niet dat beeldvorming waardeloos is. Integendeel. Het betekent dat we moeten weten welke vraag we met beeldvorming proberen te beantwoorden.

Wanneer gebruiken we echografie?

Binnen Fysiotherapie de Brigantijn beschikken we over musculoskeletale echografie. Daarmee kunnen we bepaalde structuren van het bewegingsapparaat in beeld brengen, waaronder verschillende spieren, pezen en andere oppervlakkige structuren. Echografie kan bijvoorbeeld interessant zijn wanneer we een specifieke klinische vraag hebben over een pees of andere structuur. Maar een echo vervangt het fysiotherapeutisch onderzoek niet.

We combineren:

uw verhaal + lichamelijk onderzoek + functioneren + waar relevant beeldvorming.

Pas in die context krijgt een bevinding betekenis.

Hoe verloopt een fysiotherapeutisch onderzoek?

Een fysiotherapeutisch onderzoek begint meestal met een gesprek: de anamnese. Daarbij willen we niet alleen weten waar het pijn doet. We willen het volledige klachtenverhaal begrijpen. We bespreken bijvoorbeeld wanneer de klachten zijn begonnen, of er een duidelijk ontstaansmoment was, welke bewegingen klachten veroorzaken, welke activiteiten niet meer lukken, hoe de klachten reageren op belasting en herstel, welke behandelingen u eventueel al heeft gehad en wat u voor werk en sport doet.

Een belangrijke vraag is uiteindelijk:

Wat wilt u weer kunnen?

Daarna volgt het lichamelijk onderzoek.

Wat onderzoeken we tijdens het lichamelijk onderzoek?

Dat hangt af van uw klacht. Een sporter met knieklachten kan een heel ander onderzoek nodig hebben dan iemand met nekpijn.

We kunnen bijvoorbeeld kijken naar:

  • beweeglijkheid;
  • spierkracht;
  • coördinatie;
  • balans;
  • functionele bewegingen;
  • gevoeligheid;
  • belastbaarheid;
  • specifieke provocatietesten;
  • wandelen, hardlopen of springen;
  • sportspecifieke bewegingen.

Moet iedere klacht een exacte diagnose krijgen?

Niet altijd. Soms kunnen we een duidelijke diagnose stellen, bijvoorbeeld bij een bepaalde peesklacht of specifieke blessure. Maar bij veel musculoskeletale klachten bestaat er geen enkele test waarmee exact kan worden aangewezen welke structuur verantwoordelijk is voor alle pijn. Een bekend voorbeeld is aspecifieke lage rugpijn. Aspecifiek betekent daarbij niet dat de klachten onduidelijk of onbelangrijk zijn. Het betekent dat de pijn niet betrouwbaar kan worden toegeschreven aan één specifieke anatomische oorzaak.

De WHO adviseert bij chronische primaire lage rugpijn een persoonsgerichte aanpak met onder andere educatie, oefenprogramma’s en waar passend fysieke en psychologische interventies, in plaats van routinematig één geïsoleerde behandeling toe te passen. Een bruikbare diagnose hoeft dus niet altijd de naam van één beschadigde structuur te zijn.

Wat is evidence-based fysiotherapie?

Evidence-Based Practice (EBP) ontstaat uit het combineren van verschillende bronnen van informatie:

  • het beste beschikbare wetenschappelijke bewijs;
  • de klinische expertise van de behandelaar;
  • de voorkeuren, situatie en doelen van de patiënt.

Wetenschappelijk onderzoek kan bijvoorbeeld aangeven dat oefentherapie gemiddeld effectief is voor een bepaalde patiëntengroep. Maar onderzoek vertelt niet automatisch welke oefening voor u geschikt is, hoeveel belasting u vandaag aankunt of welk doel voor u het belangrijkste is. Daar komt klinische besluitvorming bij kijken.

Waarom gebruiken we niet voor iedereen hetzelfde protocol?

Omdat onderzoeksresultaten meestal gemiddelden zijn.

Dat een behandeling gemiddeld een positief effect heeft, betekent niet dat iedere patiënt precies hetzelfde reageert. Mensen verschillen onder andere in leeftijd, trainingsniveau, klachten, gezondheid, werk, sport, herstelcapaciteit, doelen en voorkeuren. Daarom gebruiken we wetenschappelijk onderzoek om onze keuzes te informeren, niet om iedere patiënt in exact hetzelfde protocol te stoppen.

Welke rol heeft oefentherapie?

Oefentherapie vormt bij veel musculoskeletale klachten een belangrijk onderdeel van fysiotherapie. Maar oefentherapie is een brede term. Het kan bijvoorbeeld gaan om krachttraining, mobiliteit, conditietraining, balans, coördinatie, peesbelasting, motorische controle, looptraining of sportspecifieke training. De keuze hangt af van het probleem. Wanneer iemand niet meer kan traplopen omdat de knie onvoldoende belastbaar is, vraagt dat iets anders dan wanneer iemand wil terugkeren naar een voetbalwedstrijd.

De oefening is daarom niet het doel. Het doel is de lichamelijke capaciteit ontwikkelen die nodig is voor de activiteit waar iemand naar terug wil.

Waarom krachttraining?

Kracht is één van de fysieke eigenschappen die bepaalt hoeveel belasting iemand kan verwerken. Daarom speelt krachttraining binnen veel revalidatietrajecten een rol. Maar krachttraining betekent niet automatisch zwaar trainen met halters. Voor iemand die net geopereerd is kan een eenvoudige oefening al voldoende trainingsprikkel geven. Voor een ervaren sporter is uiteindelijk veel meer nodig. Het principe blijft hetzelfde: de trainingsprikkel moet passen bij de huidige capaciteit en vervolgens meegroeien met het herstel. Dat wordt progressieve belasting genoemd.

Is rust goed bij pijn?

Na een acute blessure kan tijdelijke aanpassing van belasting verstandig zijn. Maar langdurige volledige rust is bij veel musculoskeletale aandoeningen niet de oplossing. Wanneer iemand langere tijd nauwelijks belast, kunnen kracht, conditie en belastbaarheid juist afnemen.

Daarom spreken we liever over belasting aanpassen dan simpelweg rust houden:

Hoeveel belasting kan iemand op dit moment verdragen en hoe kunnen we dat vervolgens verantwoord uitbreiden?

Welke aanvullende behandeltechnieken kunnen worden gebruikt?

Niet iedere patiënt heeft dezelfde behandeling nodig. Afhankelijk van de klacht en het onderzoek kunnen aanvullende behandel- of onderzoekstechnieken onderdeel zijn van een breder fysiotherapeutisch behandelplan. Binnen Fysiotherapie de Brigantijn beschikken we onder andere over manuele therapie, dry needling, echografie en gefocuseerde shockwave therapie.

Daarbij gebruiken we een techniek niet alleen omdat deze beschikbaar is. De vraag blijft steeds:

Wat voegt deze interventie bij deze patiënt toe?

Zo kan echografie aanvullende informatie geven over een structuur, shockwave bij een passende indicatie een aanvullende behandelprikkel vormen, oefentherapie worden gebruikt om lichamelijke capaciteit op te bouwen en sportspecifieke training iemand voorbereiden op de eisen van zijn of haar sport. Deze onderdelen concurreren niet noodzakelijk met elkaar. Ze kunnen ieder een andere functie hebben binnen dezelfde behandelstrategie.

Wat betekent persoonsgerichte fysiotherapie?

Persoonsgerichte fysiotherapie betekent dat we niet alleen naar de aandoening kijken, maar rekening houden met de persoon die de aandoening heeft. Twee patiënten met dezelfde achillespeesklacht kunnen bijvoorbeeld verschillende doelen hebben. De eerste patiënt wil zonder pijn met de hond wandelen. De tweede wil over drie maanden een halve marathon lopen. De diagnose kan hetzelfde zijn. De eisen aan het lichaam zijn dat niet. Daarom moeten ook onderzoek, behandeling en revalidatie daarop worden aangepast.

Wanneer is fysiotherapie succesvol?

Pijnvermindering kan een belangrijke uitkomst zijn, maar het is niet de enige. We kijken ook naar functioneren. Kan iemand weer werken, traplopen, wandelen, tillen, slapen, hardlopen, springen, trainen of sporten? En kan iemand dat niet alleen één keer, maar ook herhaaldelijk en met voldoende vertrouwen? Dat is uiteindelijk waar revalidatie over gaat.

Wat als fysiotherapie niet de juiste behandeling is?

Niet iedere klacht hoort thuis bij de fysiotherapeut. Tijdens het onderzoek letten we daarom ook op signalen die kunnen wijzen op een andere of ernstigere oorzaak van klachten. Wanneer het klachtenbeeld daar aanleiding toe geeft, kan overleg met of verwijzing naar bijvoorbeeld de huisarts of medisch specialist nodig zijn.

Fysiotherapie bij Fysiotherapie de Brigantijn

Bij Fysiotherapie de Brigantijn combineren we fysiotherapeutisch onderzoek, klinische expertise, actieve revalidatie en waar nodig aanvullende diagnostiek en behandeltechnieken. Onze werkwijze bestaat in de basis uit vier stappen:

1. Begrijpen — Wat is uw klacht en wat beperkt u?
2. Onderzoeken — Welke factoren lijken relevant en wat kunnen we beïnvloeden?
3. Behandelen — We kiezen interventies die passen bij uw klacht en uw doelen.
4. Opbouwen — We werken toe naar de belasting die u in het dagelijks leven, werk of sport weer moet kunnen verdragen.

Veelgestelde vragen over fysiotherapie

Wat is fysiotherapie?2026-09-21T12:22:01+00:00

Fysiotherapie is een paramedische discipline die zich richt op bewegen en functioneren. Een fysiotherapeut onderzoekt en behandelt mensen die door bijvoorbeeld pijn, een blessure, ziekte, operatie of verminderde belastbaarheid problemen ervaren bij dagelijkse activiteiten, werk of sport.

Moet een fysiotherapeut altijd precies weten welke structuur mijn pijn veroorzaakt?2026-09-21T12:22:37+00:00

Nee. Bij sommige klachten kan een specifieke diagnose worden gesteld, maar bij veel musculoskeletale klachten is pijn niet betrouwbaar aan één anatomische structuur toe te schrijven. Het onderzoek richt zich daarom ook op functioneren, belastbaarheid en factoren die mogelijk beïnvloedbaar zijn.

Betekent pijn dat er iets beschadigd is?2026-09-21T12:23:18+00:00

Pijn en weefselschade zijn niet hetzelfde. De pijnervaring kan door biologische, psychologische en sociale factoren worden beïnvloed.

Is een MRI, röntgenfoto of echo altijd nodig?2026-09-21T12:24:37+00:00

Nee. Beeldvorming kan waardevolle aanvullende informatie geven, maar moet worden geïnterpreteerd in combinatie met het klachtenbeeld en lichamelijk onderzoek. Een bevinding op beeldvorming is niet automatisch de oorzaak van pijn.

Is rust goed als ik pijn heb?2026-09-21T12:25:05+00:00

Soms kan tijdelijke aanpassing van belasting verstandig zijn, bijvoorbeeld na een acute blessure. Langdurige volledige rust kan echter leiden tot afname van kracht, conditie en belastbaarheid. Daarom kijken we naar wat u op dit moment kunt verdragen en hoe we dit verantwoord kunnen uitbreiden.

Waarom krijg ik oefeningen van de fysiotherapeut?2026-09-21T12:25:38+00:00

Oefeningen zijn geen doel op zichzelf. Ze worden gebruikt om eigenschappen zoals kracht, mobiliteit, coördinatie, conditie of belastbaarheid te ontwikkelen die nodig zijn om weer een bepaalde activiteit te kunnen uitvoeren.

Krijgt iedereen met dezelfde klacht dezelfde behandeling?2026-09-21T12:26:15+00:00

Nee. Mensen met dezelfde diagnose kunnen verschillende doelen, belastbaarheid, gezondheid, werk- of sporteisen en voorkeuren hebben. Daarom wordt het behandelplan afgestemd op de individuele patiënt.

Wetenschappelijke bronnen2026-09-21T12:27:09+00:00

1. Raja SN, Carr DB, Cohen M, et al.
The revised International Association for the Study of Pain definition of pain: concepts, challenges, and compromises.Pain. 2020;161(9):1976–1982. DOI: 10.1097/j.pain.0000000000001939.
Deze publicatie beschrijft de herziene IASP-definitie van pijn en het onderscheid tussen pijn en nociceptie.

2. Brinjikji W, Luetmer PH, Comstock B, et al.
Systematic Literature Review of Imaging Features of Spinal Degeneration in Asymptomatic Populations. AJNR American Journal of Neuroradiology. 2015;36(4):811–816. DOI: 10.3174/ajnr.A4173.
Deze systematische review laat zien dat degeneratieve bevindingen op beeldvorming ook veel voorkomen bij mensen zonder rugpijn en toenemen met de leeftijd.

3. World Health Organization.
WHO guideline for non-surgical management of chronic primary low back pain in adults in primary and community care settings. 2023.
De richtlijn benadrukt een persoonsgerichte aanpak en het combineren van passende interventies in plaats van routinematig één geïsoleerde behandeling toe te passen.

Ga naar de bovenkant